Jubilarissen

Aan het bestuur, leden van en belangstellenden voor VVC,

Bij elk Jubileum hoort een ‘huldeblijk’ aan alle personen die zich voor een jubilerende club of instantie verdienstelijk hebben gemaakt. Zo ook bij VVC dus:

Rob Hachmang is mede-oprichter, vele jaren bestuurslid en in de jaren tachtig als trainer/coach erg succesvol met Heren 1. Bij topwedstrijden zit sporthal Ouwerkerk tjokvol en bij wedstrijden voor de Europacup kunnen de toeschouwers beter als haringen in een ton beschouwd worden.

Rob bezorgt VVC eenmaal het kampioenschap van Nederland en tweemaal de nationale beker.

Marcel de Laat, schoonzoon van Rob Hachmang, is in de jaren negentig trainer/coach van Dames 1 en Marcel is zeker zo ambitieus en succesvol als Rob. Met zijn team pakt hij driemaal het landskampioenschap en viermaal de nationale beker. De enthousiaste en getalenteerde ‘meidengroep’ zorgt voor een geweldige sfeer binnen en buiten de lijnen.

Aloys Marinus, bestuurslid vanaf het eerste uur, houdt zich voornamelijk bezig met de opzet en uitbouw van de jeugdafdeling. Gesteund door een consistent beleid van het toenmalige bestuur brengt Aloys ‘zijn’ afdeling kwalitatief en kwantitatief tot zeer grote hoogte. Bovendien is zijn belangstelling voor andere ontwikkelingen binnen de club optimaal.

Bert Maas mag niet onvermeld blijven. In de glorietijden van Dames 1 is hij al trouwe medewerker aan de wedstrijdtafel en als de helaas veel te vroeg overleden manager Theo van Opstal vervangen moet worden, neemt Bert dat stokje over en doet dat nog steeds met veel overgave.

Bovenstaand lijstje is lang niet compleet. Denk bijvoorbeeld maar aan Madelaine Sliphorst die gedurende vele jaren met grote inzet de belangen van de onderbouw van de damesafdeling heeft behartigd. Dus alle leden en ex-leden die op enigerlei wijze een steen(tje) hebben bijgedragen aan de opbouw, uitbouw en de instandhouding van VVC, dienen in feite aan bovenstaande opsomming toegevoegd te worden.

Tot slot wenst de schrijver van bovenstaande ‘huldeblijk’ VVC voor de toekomst het allerbeste, in het besef dat glorietijden alleen maar mogelijk zijn als onder anderen de financiële middelen in ruime mate aanwezig zijn. Nochtans mag gesteld worden dat een klein, knus clubje ook grote charme kan hebben. Een van de fusieclubs, V.C. Vught is daar een duidelijk voorbeeld van. Bij JCV zal het ook best oké zijn geweest.

Met vriendelijke sportgroeten,

Ben Wouters

Rosmalen